“Groen is steeds vaker onderdeel van de bouwketen, zowel bij het maakproces als het onderhoud. Denk aan groene gevels en groendaken. Deze daken zijn niet altijd herkenbaar. Zo bevinden ze zich niet alleen tientallen meters boven het maaiveld; in dichtbevolkte steden worden groendaken vaak gerealiseerd op (ondergrondse) parkeergarages en ogen ze als stadtuinen. Ook zijn VHG-leden vanzelfsprekend vaak actief in parken, waar ze te maken hebben met bouwwerken en infrastructuur. Denk aan de aanleg en het onderhoud van wandelpaden en fiets- en voetgangersbruggen. Daarnaast zijn onze leden actief in de aanleg en het onderhoud van sportvelden en golfbanen”, zegt Marc Derksen, Strategisch Adviseur Markt & Ondernemerschap bij Koninklijke VHG. Wat de werkzaamheden gemeen hebben, is dat ze zich bijna altijd afspelen in de nabijheid van burgers. Mensen die meekijken en mondig zijn als zij van machines geluidsoverlast of stank ervaren. Maar juist daardoor opent elektrisch werken ook nieuwe mogelijkheden. “Om de overlast te beperken, wordt aan onze ondernemers bijvoorbeeld ook gevraagd om elektrische materieel in te zetten bij de op- en afbouw van festiviteiten.”
Groenonderhoud stelt specifieke eisen
Door de grote diversiteit aan werkzaamheden, is het machinepark van VHG-leden divers – variërend van hoogwerkers tot gravers – en wordt er relatief veel specialistisch materieel ingezet. “Dat is een van de redenen waarom het belangrijk is om tijdig met opdrachtgevers aan tafel te zitten en te zoeken naar praktische oplossingen. Zowel beschikbaarheid van materieel als netcongestie en beschikbare laadinfrastructuur blijven aandachtspunten voor alle partijen. Willen we schoon en toekomstgericht werken, dan moeten we daar met elkaar afspraken over maken.” Daarnaast hebben veel VHG-leden te maken met twee heel specifieke uitdagingen: het gewicht van elektrische machines én zij betalen meer voor de aanschaf van ZE-materieel. Marc: “Elektrische machines zijn zwaarder. Op groendaken moet daar rekening mee gehouden worden, maar het gewicht is ook een issue bij ‘normaal’ onderhoud. Op plekken waar het wenselijk is dat het gras zich uitstrekt als een tapijt - in parken, op voetbalvelden en golfbanen – mogen geen wielsporen ontstaan.” Het tweede issue is vooral heel wrang voor VHG-leden. Zij beschikken meestal niet over de juiste SBI-code van de KvK om voor SEB-subsidie in aanmerking te komen. “Als je dan samenwerkt in een project met bedrijven uit de bouwsector die vanuit de overheid SBI-code wel subsidie ontvangen, ontstaat er toch een ongelijk speelveld.”
Elektrificatie is een eerste stap
Het zijn dit soort zaken waarover Koninklijke VHG de dialoog zal aangaan en nieuwe samenwerkingsvormen wil onderzoeken. Marc: “We zijn de weg naar elektrificatie ingeslagen en willen daar als keten invulling aan geven.” De intrinsieke motivatie van VHG-leden is er. “Zo zei een lid van ons onlangs: ‘Als koploper hebben we leergeld betaald, maar inmiddels zijn we enthousiast over elektrisch werken. Onze machinisten zijn helemaal om en het ondersteunt ons groene imago’.” Marc merkt echter dat er meer redenen zijn om nu de stap te nemen. “Bedrijven willen meegroeien met de kennis in de markt. Dat doen we binnen De Groene Koers, met het SEB-convenant als steun in de rug. Daarnaast startten we zelf onderzoeken naar toekomstige ontwikkelingen die door elektrificatie mogelijk zijn. Denk aan het verder ontwikkelen van robotica, zoals autonome machines die op basis van GPS-coördinaten het parkgazon maaien. Technisch is veel mogelijk, maar er kleven ook juridische aspecten aan. Zo mag een robot niet zelfstandig de straat oversteken. Wat de juridische mogelijkheden zijn, onderzoeken we met een aantal hogescholen. Ook hierover gaan wij graag met gemeenten, collega’s en andere marktpartijen het gesprek aan. We zijn er namelijk van overtuigd dat als we nu samen optrekken in het elektrificatieproces, we elkaar in de toekomst ook weten te vinden.
