Verzoek tot aangepaste werktijden weigeren? De lat ligt hoog

Vanwege een ingrijpende verandering in diens privésituatie vraagt een magazijnmedewerker om aangepaste werktijden. Zijn werkgever vindt dat roostertechnisch niet haalbaar. Wat zegt de rechter?

Verzoek tot aangepaste werktijden weigeren? De lat ligt hoog

Op grond van de Wet flexibel werken (Wfw) moeten werkgevers een verzoek om aangepaste werktijden serieus en zorgvuldig beoordelen.

Alleen praktische bezwaren of een beroep op 'zo doen we het hier altijd', zijn in dat kader onvoldoende om een dergelijk verzoek af te wijzen. Daarmee ligt de lat voor een zwaarwegend bedrijfsbelang hoog.

Ingrijpende verandering privésituatie

Een magazijnmedewerker werkt sinds 2017 bij een groot autobedrijf met een centraal magazijn. In het magazijn worden auto-onderdelen en -accessoires voor andere vestigingen klaargezet. De werkdag van de medewerker begint standaard om 06:00 uur 's ochtends.

Medio 2024 verandert de privésituatie van de medewerker ingrijpend. Na een echtscheiding heeft de werknemer een omgangsregeling getroffen met de moeder van zijn jonge kinderen. Op basis van deze regeling heeft de werknemer in de even weken de volledige zorg over zijn kinderen.

Begin juni 2024 meldt de medewerker zich ziek. Op 20 november 2025 oordeelt de bedrijfsarts in overleg met de verzuimconsultant dat de werknemer een start kan maken met zijn re-integratie.

Aangepaste werktijden wegens zorg kinderen

Een dag later doet de werknemer een verzoek tot aangepaste werktijden, op grond van de Wfw. De medewerker wil in de weken zonder zijn kinderen, vroeg blijven beginnen. In de weken waarin de kinderen bij hem zijn, wil de medewerker vanwege school- en opvangtijden pas om 09:00 uur starten. De uren die de werknemer daardoor mist, wil hij in de andere weken inhalen.

De werkgever gaat niet mee in het verzoek en wijst het voorstel af. Volgens het bedrijf is de start om 06:00 uur essentieel voor de bedrijfsvoering. De vroege ochtend is de drukste periode in het magazijn en een latere start van de werknemer zou collega's extra belasten. Ook stelt de werkgever vast dat een later opstartmoment roostertechnisch niet haalbaar is.

De werknemer is het niet eens met die argumentatie en stapt naar de rechter.

Rechter: geen zwaarwegend bedrijfsbelang

De rechter stelt de werknemer in het gelijk. Op grond van de Wfw moet een werkgever een verzoek tot aanpassing van werktijden in beginsel toestaan, tenzij sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. In deze situatie onderbouwt de werkgever niet concreet waarom aanpassing van het rooster echt niet kan.

Ook omdat:

  • Andere collega's in het magazijn wél later beginnen.
  • Het bedrijf erin slaagt de werkzaamheden tijdens de ziekte van de werknemer op te vangen.
  • Structurele personeelsproblemen niet op de werknemer kunnen worden afgewenteld.
  • De werkgever onvoldoende inzichtelijk maakt waarom juist deze werknemer om 06:00 uur aanwezig moet zijn.

Verder weegt de rechter zwaar mee dat de werknemer verantwoordelijk is voor 2 jonge kinderen. Hij heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat opvang vóór 08:00 uur, laat staan 06:00 uur, niet mogelijk is. Volgens de rechter is de opmerking van de werkgever dat 'het rooster nu eenmaal het rooster is' onvoldoende grond om een verzoek af te wijzen.

'Lastig' is geen zwaarwegend bedrijfsbelang

Dat aangepaste werktijden organisatorisch lastig of minder prettig zijn, betekent nog niet dat er sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang in de zin van de wet. De werkgever moet daarom binnen 48 uur meewerken aan het aangepaste rooster. Ook legt de rechter een dwangsom op van € 250 per dag zolang het bedrijf niet meewerkt.

Bron: Rechtbank Gelderland, 23 april 2026 ECLI:NL:RBGEL:2026:3178

Dit bericht verscheen eerder in iets andere vorm op PWnet

Rajiv Ramlakhan

Rajiv Ramlakhan

Jurist arbeidsrecht

Rajiv Ramlakhan is jurist arbeidsrecht en redacteur van PW.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.