Als ergonoom zie ik het dagelijks: mensen die denken dat ze door hun werk al voldoende bewegen. "Ik ben de hele dag al aan het sporten", hoor ik dan. Hoewel ik de gedachte begrijp, klopt die niet. Een automonteur, fabrieksarbeider of bouwvakker beweegt inderdaad veel. Maar beweging is niet automatisch gezond. Sterker nog: die kan zelfs schadelijk zijn.
De Physical Activity Paradox (gezondheidsparadox) is een inmiddels wetenschappelijk onderbouwd fenomeen (o.a. Holtermann et al. (2011,2012)). Volgens deze paradox levert (zware) fysieke belasting op het werk geen gezondheidsvoordelen op. Sterker nog, het tegenovergestelde is het geval: fysieke belasting verhoogt het risico op gezondheidsproblemen en vroegtijdige sterfte. Een harde conclusie.
Beweging op het werk is geen sport
De hoeveelheid beweging is niet het probleem, de aard ervan wel. Op de werkvloer zie ik veel langdurig statische en voorovergebogen houdingen, repetitieve bewegingen en werkzaamheden waarbij werknemers veel of regelmatig moeten tillen. Vaak hebben medewerkers te weinig of te korte herstelmomenten.
En dat 8 uur per dag, 5 dagen per week. Dat is geen training, dat is belasting! Het verbaast mij daarom niet dat deze medewerkers vaak aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat oplopen en hart- en vaatziekten hebben, wat uiteindelijk kan leiden tot langdurige uitval.
Waarom sporten juist wél gezond is
Bij sport en recreatieve beweging zien we iets heel anders. Dit doen mensen vaak kortdurend, met voldoende (zelfgekozen) hersteltijd. De meeste sporters, enkele uitzonderingen daargelaten, zullen 2 of 3 keer in de week sporten. Daar tussenin hebben ze een of meerdere dagen geen of minder intensieve inspanning. In die tijd kan het lichaam herstellen van de belasting en weer opladen voor de volgende sportactiviteit.
Dat is precies waarom sport de conditie verbetert en het risico op vroegtijdige sterfte verlaagt. Volgens hoogleraar Allard van der Beek (Epidemiologie van arbeid en gezondheid, VU Medisch Centrum) lopen mensen met fysiek zwaar werk en een slechte conditie een groter risico om eerder te overlijden dan hun collega's met een goede conditie. Dit onderstreept het belang van een goede fysieke conditie, juist voor medewerkers met fysiek belastend werk.
Kies sport met andere belasting dan het werk
Een goede conditie is dus belangrijk. Daarom adviseer ik medewerkers om meer te gaan bewegen in de vrije tijd (of dit te blijven doen). En dan bij voorkeur te kiezen voor een sport met een andere belasting dan die op het werk.
Dus iemand die de hele dag loopt, adviseer ik vooral aan spierversterking te gaan doen. Bijvoorbeeld in de sportschool of tijdens een bootcamptraining. Iemand die beroepsmatig veel tilt zou vooral het uithoudingsvermogen moeten trainen. Denk aan hardlopen of baantjes trekken in het zwembad.
Het belangrijkste hierbij is dat mensen een sport of activiteit kiezen die zij leuk vinden. Dat is gemakkelijker vol te houden en je moet er tenslotte ook nog plezier aan beleven. Ik kom regelmatig medewerkers tegen die een afkeer hebben van de sportschool. Kies dan wat anders, er zijn zo veel mogelijkheden. Sport je graag in de buitenlucht, zoek dan iets dat je buiten kunt doen. Zo simpel kan het zijn.
Maar laten we eerlijk zijn: wie na een dag zwaar werk uitgeput thuiskomt, kan het lang niet altijd opbrengen om nog te gaan sporten. Een steigerbouwer vertelde mij eens dat hij (volgens zijn smartwatch) 43 verdiepingen had beklommen. Dan kan ik me best voorstellen dat hij thuis niet nog even de hardloopschoenen aantrekt of meteen doorgaat naar de sportschool. Daarom is het des te belangrijker dat er iets verandert op de werkvloer waar zware fysieke werkzaamheden worden verricht.
Werkgevers adviseren over gezonder werk
Wij arboprofessionals kunnen werkgevers en werknemers daarin ondersteunen. Niet alleen door de medewerkers te motiveren om hun conditie te verbeteren. Maar juist ook door werkgevers te adviseren en te helpen om het werk gezonder te maken. Door meer variatie in taken en houdingen, vermindering van statische belasting, voldoende herstelmomenten en een goede werkplekinrichting. En met voldoende hulpmiddelen om het werk waar nodig lichter te maken.
Voor draagvlak, input en een goede implementatie van de maatregelen is het uiteraard van groot belang om de medewerkers hierbij te betrekken. Zodat zij weten waarom er dingen veranderen, welke maatregelen hun bedrijf neemt en waarom en wat er van hen wordt verwacht. Want dan snijdt het mes aan twee kanten: minder uitputting op de werkvloer betekent meer ruimte voor gezonde beweging in de vrije tijd. Met als resultaat: fittere en gemotiveerde medewerkers.










