Deze ‘anti’-gevoelens van gekrenktheid en frustratie kunnen een positieve houding tegenover de ouder-kindrelatie of religie in zijn algemeenheid in de weg staan. Mensen met een sterk anti-autoritaire houding staan dus niet los van de hiërarchie die ze bestrijden. Sterker nog, ze zijn aan deze hiërarchie vaak een hoop negatieve energie kwijt.
In een iets lichtere vorm kom je dit ook tegen in organisaties. Ook hier gelden hiërarchie en autoriteit. Dit leidt bij sommigen tot ‘onderdanig’ gedrag (“witte voetjes halen”, “we buigen naar boven en schoppen naar beneden” etc.) of juist tot anti-autoritair gedrag. Beiden gedragingen hebben negatieve gevolgen voor de organisatie en de persoon in kwestie.
Ook in de medezeggenschap kom ik beide gedragsvormen tegen, mensen met een onderhuids wantrouwen tegen de bestuurder. Of mensen die zich juist onderdanig blijven gedragen en zich in de overlegvergadering veel te makkelijk laten passeren. Als je pech hebt is het twee keer raak, stilte en onderdanigheid in de overlegvergadering en (anti-autoritair) klagen achteraf. Allemaal heel begrijpelijk en menselijk, maar niet bijzonder effectief.
Het idee van medezeggenschap is een or als zelfstandig orgaan dat gelijkwaardig overleg pleegt. In een echt gelijkwaardige relatie is geen plaats voor ondergeschiktheid of anti-autoritair verzet. De kunst is om je los te maken van de normale hiërarchie. De weg naar “a-hiërarchisch” denken is echter lastig als je normaal gesproken wel in een hiërarchische organisatie moet werken. Hier ligt een grote uitdaging voor ons als trainers/adviseurs.





