De instant paniek in mijn lijf negeerde ik. Rationeel denken. Van winst pakken is nog nooit iemand failliet gegaan. En dus stak ik m’n teen in het water: iedereen heeft kopers in z’n telefoon zitten, niet dan? En jazeker was de Rotterdamse vastgoedman geïnteresseerd in mijn vastgoed. ‘Maar niet voor die bedragen! Wel absurd goeie huren trouwens. Btw, een LOI is geen huurovereenkomst Ebru, dat je het even weet.’ Om vervolgens met de volgende one liner te komen: te weinig vragen is luiigheid. ‘Maar even serieus, je maakt een grap hé, met die vraagprijs?’
Meuk
Nope! En de opluchting over zijn afwijzing van mijn prijs sprak boekdelen: wég paniek. Instant rust. Er zijn momenten dat ratio en ik de beste vrienden zijn, óók als het op de verkoop van mijn stenen aankomt. Amsterdam verkocht ik pas toen ik er mentaal aan toewas. Mijn Rotterdamse woning verkocht ik drie keer; de eerste twee keer tekende ik tóch niet. De derde keer werd het gekocht door de stiefdochter van de vrouw op wiens kinderen ik nog gepast had. ‘Ze gaat hier heel gelukkig worden,’ beloofde ik. Jaren later, toen de stiefdochter de woning op Funda zette, had ze er een persoonlijke noot bij gedaan: ‘ik ben hier heel gelukkig geweest’. Ik zei het toch? Ik kén m’n vastgoed.
Vastgoed is geen spreadsheet voor mij. En rendementen zijn dat ook niet. Nieuwbouw en ik: wij gaan niet samen. Kil, koud en dertien in een dozijn. Gefeliciteerd met je label A+++ ter grootte van een postzegel maar NEXT. Kamerverhuurpanden? Hou op, schei uit, maak dat je wegkomt met je meuk op een derderangs locatie puur omdat waardeloze wetgeving bepaald heeft dat het uit zou moeten kunnen. We weten allemaal hoe betrouwbaar wetgeving is.
Onbetaalbaar
Maar toon mij een bodemloze put en ik leef op. Vastgoed dat de tand des tijds heeft doorstaan maar nu gelijk een paar afgetrapte schoenen in de hoek ligt. Doe mij die maar. De zielige stenen die staan te verpauperen. Die snap ik, die kan ik oppoetsen, van de negentiende eeuw naar anno nu brengen om vervolgens te horen: nice job Umar. Woningen die vervolgens iedereen wil hebben en de bewoners met zorg in wonen. Tegenwoordig allemaal buitenlanders, het is niet anders.
Maar de ouwe meuk is tegenwoordig ook niet meer betaalbaar laat staan renderend na een verbouwing van anderhalf miljoen. Box 3 is killing. ‘Kun je ze niet verkopen,’ sprak de Haagse belegger die ik om advies vroeg. Verkopen – ook dat is niet mijn game. Er staan tig objecten in de Rotterdamse binnenstad die om mijn aandacht schreeuwen. Sommigen al twee jaar, anderen inmiddels twee maanden. Allemaal een miljoen te hoog geprijsd en wie als eerste 1/3 onder de vraagprijs biedt, mag nooit meer terugkomen. Ondertussen worden de bouwkosten hoger, de woningnood groter en mijn twijfel hardnekkiger.
Wensdenken
Jarenlang probeerde de fiscalist mijn moeder haar vastgoed uit te praten; het lukte pas toen ze 81 was. Inmiddels is de beurt aan mij. Alle excels ten spijt wíl ik vasthouden wat ik heb in plaats opnieuw beginnen. Op een huurcommissiecase na zit de boel in de vrije sector. Het tij zál keren - dat is geen wensdenken. De vraag is of ik dan al 81 ben of dat ik kans maak om de kerstboom nog één keer op te tuigen. Het is waar dat niemand ooit slechter is geworden van winst pakken. Maar zolang ik de winst niet zie, loop ik nog dagelijks langs mijn stenen. Met hartjes in mijn ogen.













